Bij het bouwen van twee overzichtspagina’s hebben we vier keer gecontroleerd, elke keer op een andere manier. Elke ronde vond fouten. En geen enkele ronde had de vondsten van de andere kunnen doen — niet omdat er te weinig moeite in zat, maar omdat een methode alleen ziet waar ze naar kijkt.
Dat maakt “heb je het gecontroleerd?” de verkeerde vraag. De goede vraag is: welke soorten fouten kunnen hier in zitten, en welke controle vindt die soort?
Wat elke controle wél en niet ziet. Let op de rijen met maar één gevulde stip: die fouten overleven elke andere vorm van nakijken.
vindt dit betrouwbaar vindt dit soms vindt dit niet
Wij deden ze in de volgorde 2, 3, 1 — en 1 was gratis. Dat kostte ons twee ronden waarin we een tegenspraak in ons eigen werk lieten staan die een script in tien seconden had gevonden.
Naar de primaire bron gaan kost tijd, dus je doet het niet voor alles. Vink af: hoe meer hokjes, hoe harder die ene zin om een bron vraagt.
Wat je hebt weggelaten. Elke controle kijkt naar wat er staat. Niets kijkt naar wat er had moeten staan. In onze vierde ronde vonden we twee ontbrekende gebeurtenissen — maar alleen omdat ze toevallig ergens anders wél stonden. Wat nergens stond, staat er nog steeds niet.
Weging. Of iets een kantelpunt is, of een voetnoot, is een oordeel. Een bron kan bevestigen dát iets gebeurde, nooit hoeveel het ertoe deed.
Indeling. Of vijf sporen de juiste vijf zijn, of zes categorieën de juiste zes. Verifieerbaar is de inhoud van een vakje, niet de vorm van de kast.
Kadrering. Wij hadden een gebeurtenis feitelijk correct beschreven en toch verkeerd begrepen: een modelpensioen als versiebeheerkwestie, terwijl het over gehechtheid ging. Alle feiten klopten. Het verhaal niet.
Weglatingen zijn namelijk niet willekeurig. Je vergeet niet zomaar iets — je vergeet wat niet in je gekozen vorm past. Een tijdlijn trekt lanceringen, bedragen en rellen aan, en stoot alles af wat langzaam gaat. Een indeling trekt afgebakende categorieën aan, en stoot alles af wat er dwars doorheen loopt.
Zo ontbrak in onze tijdlijn vier jaar lang het hele onderwerp meten: benchmarks, evals, de vraag of die cijfers iets betekenen. Niet omdat het onbelangrijk is, maar omdat het geen lanceringsmomenten oplevert. Het is een draad, geen gebeurtenis — en een tijdlijn ziet draden niet.
De bruikbare vraag is dus niet “wat ben ik vergeten”, want daar heb je geen ingang op. De vraag is: welk soort onderwerp wordt door mijn vorm afgestoten? Dat is wel te beantwoorden, en het wijst je meteen waar je moet kijken.
Voor de rest bestaat maar één controle, en dat is iemand die het vakgebied kent en er inhoudelijk tegenin durft te gaan.
Dit komt uit één project: twee overzichtspagina’s over een snel bewegend onderwerp, gemaakt met AI en gecontroleerd in vier ronden. De foutsoorten die wij tegenkwamen zijn de foutsoorten die dit soort werk oplevert. Bij code, cijferwerk of juridische teksten liggen de zwaartepunten anders — daar wegen reproduceerbaarheid en randgevallen zwaarder dan datums.
Wat naar verwachting wel overdraagbaar is: dat de goedkoopste controle je eigen werk tegen zichzelf is, dat verouderde feiten alleen bij de bron te vangen zijn, en dat de laatste categorie fouten geen technische oplossing heeft.
Augustus 2026.